Acceptatie van kunstnesten door de gierzwaluw in Berlijn.
Door Simone Wortha en Erik Arendt 2003.
De link naar het verslag van het onderzoek: Acceptatie van kunstnesten door gierzwaluwen.
Als gevolg van sanering en afbraak van oude gebouwen in steden gaat een belangrijk deel van de broedplaatsen
van gierzwaluwen verloren. De kunstnesten, die in het kader van natuurbescherming en vervangende maatregelen
worden gerealiseerd bieden slechts voor een klein deel toevlucht aan gierzwaluwen. In het onderhavige onderzoek
worden de onderzoeksgegevens van 1.915 kunstnesten voor gierzwaluwen binnen het stedelijke gebied van Berlijn
geanalyseerd, teneinde factoren te zoeken die van invloed zijn op de bezetting van kunstnesten.
Een duidelijke
invloed op deze acceptatie hadden de ruimtelijke relatie tot de oorspronkelijke broedplek en de aard van de
gevelstructuur. Het herbezettingpercentage van bestaande broedplaatsen, die ook na sanering ter plekke
behouden bleven bedroeg 70,3% (n=83). Daarentegen geraakten er slechts 16% (n=104) van de kunstnesten
bezet die na de saneringsmaatregelen in een directe ruimtelijke relatie tot het vroegere nest werden aangeboden
en slechts 4,3% (n=18) van de kunstnesten die gerealiseerd werden aan gebouwen zonder een voorafgaande
gierzwaluwenbevolking. De acceptatie van vervangende maatregelen die in de verdere omgeving van de
oorspronkelijke broedplaats werden gerealiseerd viel met 3,5% nog lager uit. Kunstnesten aan gevels met grof
pleisterwerk genoten de voorkeur boven kunstnesten aan glad pleisterwerk. De oorspronkelijke koloniegrootte voor
sanering, de vestigingshoogte aan het gebouw, de ouderdom van de saneringsmaatregel, het gebouw (flatgebouw,
recente bebouwing, oude gebouwen) evenals het type kunstnest zijn waarschijnlijk eveneens van invloed op de
acceptatie van kunstnesten, maar voor deze factoren konden hier geen statistisch onderbouwde resultaten worden
verkregen. Kunstnesten waarvan het bodemoppervlak in de broedruimte minder was dan 15 cm diep werden
nauwelijks bezet. Op de 3de tot de 5de verdieping werden de meeste kunstnesten bezet. Dit correspondeert zowel
met het aantal kunstnesten dat op verschillende hoogte werd aangeboden, alsook met de voorkeurshoogte van gierzwaluwen betreffende broedplaatsen aan ongesaneerde gebouwen.
De voorliggende gegevens met betrekking tot nestkastbezetting in relatie tot kompasrichting tonen een voorkeur voor noordwaarts gepositioneerde kunstnesten. Van geen belang waren de positie van het invlieggat (neerwaarts- of zijwaarts gericht) en de gebouwexterne of –interne installatie. Een duidelijk lager bezettingspercentage in de meeste commercieel verkregen producten ten opzichte van “andere constructies” geeft aanleiding om de functionaliteit van kunstnesten voor gierzwaluwen in het algemeen te overdenken.
Je ziet gierzwaluwen een nestopening ingaan en uitkomen, maar wat er in het nest zich afspeelt kun je alleen maar gissen.
GBN heeft een dertig tal infraroodcamera's waarmee de nestactiviteiten worden waargenomen. De camera zit in het nest, SOVON heeft een folder met een oplossing om met een camera meerdere nesten te bekijken.
Link naar de folder in pdf-formaat.

