menu
 
Vereniging
Gierzwaluw
Onderzoek
      Inleiding
            Inventarisatie
            Google-Maps
      Toekomst
      Voorjaarstrek
      Gedrag
      Geluid
      Vliegen
      Nestkasten
      Broedsucces
Bescherming
Contact
Links
Overheid
Bouw en Renovatie
Veel gestelde vragen
 
 

Link naar pdf:
Inventariseren van Gierzwaluwen.

Voor het doorgeven van voorjaarstrekwaarnemingen: http://www.trektellen.nl/

logo Trektellen.nl

Voor het doorgeven van waarnemingen: http://waarneming.nl/index.php

Onderzoek aan de gierzwaluw

is leuk en boeiend.  Het leuke aan inventariseren van de gierzwaluw is dat ze net als wij van mooi weer houden. Het boeiende is dat het mysterieuze vogels zijn. Het ene ogenblik zie je ze en een tel later zijn ze verdwenen. Ze zijn snel en beweeglijk, het mannetje en vrouwtje zijn gelijk van kleur en grootte. Hieronder enkele autoriteiten op het gebied van gierzwaluwonderzoek.

Lazzaro Spallanzani

Lazzaro Spallanzani

Lazzaro Spallanzani (10-1-1729 - 12-2-1799)

Spallanzani was een Italiaans bioloog die in zijn beginjaren zich richtte op microorganismen, later richtte hij zich op voortplantingsbiologie en fysiologie. Vanaf 1785 deed hij onderzoek aan vulkanen wat hem de titel 'pionier in de vulkanology' opleverde. In zijn laatste jaren verlegde hij zijn aandacht naar vleermuizen.
Spallanzani onderzocht of de gierzwaluw trouw is aan zijn nest. Hij deed dit door een lintje aan de poot van de gierzwaluw te knopen, de voorloper van het 'ringen'.

Spallanzani in zijn laboratorium

Paul Robert Kollibay

Paul Robert Kollibay

Artikel over Kollibay.

Paul Robert Kollibay (7-7-1863 - 5-11-1919)

Kollibay was een vooraanstaand Duits ornitholoog met een grote liefde voor de gierzwaluw. In 1902 is een ondersoort van Apus apus naar hem vernoemd (zie hiernaast). Zelf ontdekte hij een ondersoort die hij de naam gaf: Apus apus carlo (zie hieronder).
Beide ondersoorten worden genoemd in de Richmond Index.

BirdLife international erkent Apus apus kollibayi niet (meer) als ondersoort, maar als synoniem voor
Apus apus pekinensis (Swinhoe 1870). De Oostelijke vorm van de gewone gierzwaluw Apus apus apus,
De Westelijke vorm, Apus apus carlo wordt niet (meer) genoemd.
Bron: Bird Life international
http://avibase.bsc-eoc.org/avibase.jsp?lang=NL&pg=home

 

kaart van de soortbeschrijving

kaart van de soortbeschrijving

     

 

 

 

 

 

 

 

Emil Weitnauer

Tekening Emil's nestkast

Emil Weitnauer (1905 - 1989)

Oltingen (Baselland), Zwitserland.
Sinds 1933 volgde de jonge Emil Weitnauer gierzwaluwen die in zijn dorp in de kerk en op veel andere plaatsen broedden. Hij raakte zo geïnteresseerd dat hij nestkasten aan de school, waar hij als leraar werkte, en ook aan zijn woonhuis bevestigde. Met glasplaten en lappen aan de bovenkant gemonteerd (zie tekening) zodat de vogels geen last zouden hebben van het licht op de zolder. Zo begon zijn fascinatie voor de Gierzwaluw. Hij schreef er, naast vele andere publicaties, een boekje over: Mein Vogel. De eerste druk was in 1980, 5e druk in 1994. In 1951 ging Emil zelf de lucht in een vliegtuigje om vast te stellen dat gierzwaluwen inderdaad op een hoogte van meer dan 2000 meter de nacht doorbrachten. Een van zijn in 1939 geringde vogels, een mannetje, had zijn speciale aandacht. Deze vogel, die hij 3 jaar na het ringen terugvond in de kerktoren, werd namelijk 21 jaar (!) oud.

     

David Lack

 

 

 

 

 

 

David Lack

Toren in Oxford

Oxford, waar het enthousiasme begon.

David Lack (1910 - 1973)
Het was 1947 toen David Lack als directeur van het Edward Gray institute of Field Ornithology aan de universiteit van Oxford ging werken. Hij zag dat in de toren van het universiteitsmuseum gierzwaluwen nestelden. Voor Lack was dit een uitgelezen kans om de gierzwaluw vanaf de werkplek te bestuderen.
Zijn gierzwaluwonderzoek resulteerde in 1956 tot de uitgave van het boek 'Swifts in a Tower'.
Van 1962 tot op de dag van vandaag zijn alle broedresultaten bijgehouden. Roy Overall zette het werk van David Lack voort. Haverwege 2011 is hij met pensioen gegaan en de Universiteit heeft besloten het gierzwaluwenproject voort te zetten.
http://www.oum.ox.ac.uk/news/swifts/index.htm
Voor de 'Swifts in the tower' was 1965 een bewogen jaar. De toren werd gerestaureerd. Voor de kolonie betekende dit een uitbreiding van 40 naar 147 nestkasten. Afgelopen jaar (2008) waren er 80 nesten bezet en zijn er 112 jonge gierzwaluwen uitgevlogen.

cover swifts in a tower

 

     

Erich Kaiser

 

 

 

 

 

Erich Kaiser

Kronbergkolonie

Erich Kaiser (1937 - )
Na het lezen van het boek 'Swifts in a Tower' van David Lack bezocht Erich in 1958 de in dit boek beschreven kolonie in Oxford. De mogelijkheid, gierzwaluwen op hun broedplekken te observeren, inspireerde hem een deel van zijn eigen zolder op te offeren en daar 17 nestplaatsen in te richten die via een glasplaat goed te bekijken waren. Het belangrijkste was de broedende vogels niet te verstoren. Ze voelen zich compleet veilig zelfs als Erich in de buurt is. Het gaf een probleemloos inzicht in het familieleven van de gierzwaluwen. Op dit moment heeft Erich in en aan zijn huis 47 nestplaatsen die sinds jaar en dag allemaal bezet zijn.
Erich Kaiser ontdekte dat het bekende 2-tonige srie, srie geluid bestond uit lagere tonen van het mannetje en hogere tonen van het vrouwtje en dat de jongen voornamelijk ’s avonds uitvliegen.
Erich ontving in 1993 de Conservation Award van de stad Kronberg voor zijn inspanningen voor de Gierzwaluw. In 1997 ontving hij nogmaals een Conservation Award, nu van de provincie Hochtaunus.
http://www.commonswift.org/colony_Kronberg.html

Nest op weegschaal