menu
 
Vereniging
Gierzwaluw
Onderzoek
      Inleiding
      Toekomst
      Voorjaarstrek
      Gedrag
      Geluid
      Vliegen
      Nestkasten
      Broedsucces
Bescherming
Contact
Links
Overheid
Bouw en Renovatie
Veel gestelde vragen
 
 

 

 

Dusk and dawn ascend of the Swift, Apus apus (L).

Onderzoek naar verzamelvluchten van de gierzwaluw.

Luit S. Buurma, 2000
(Samenvatting en vertaling: Marjo van der Lelie)

Proceedings of the 25th world conference of the International Bird Strike Committee,
Volume II, pp. 113-124 (Amsterdam, 17-21 april 2000). De link naar het Rapport van Luit S. Buurma.

 

Radarmetingen

Radarbeeld van gierzwaluwen boven het IJsselmeerElectronic time exposure radar picture (1 minute, 6 antenna rotations, 13 June 1996 04.15 LT) showing mass movements of Swifts. (Depicted by echo fields - increasing reflectivity: red, yellow, green, blue).
Above the lakes IJsselmeer (IJ) and Markerwaard (MW). Other locations mentioned in the text: A = Amsterdam, F = East and South Flevopolder, FL = Friesland, L = Lelystad, M = Medemblik, P = Piers of IJmuiden, W = Waddensea.

Vogels zijn echte drie dimensionale schepselen. De manier waarop ze zich manifesteren is vaak niet te begrijpen voor mensen. Dankzij radarbestuderingen (Eastwood 1967) weten we dat trekvogels vaak naar grote hoogten opstijgen om te profiteren van de sterke achterwind voor hun lange trektochten. Ook vogels die lokale vluchten maken zijn soms op grote hoogte aanwezig. Een nieuwsgierig makende soort is de gierzwaluw. Hij is zowel een lange afstand vlieger als een actieve lokale vlieger. Gierzwaluwen staan om twee redenen hoog op de vogelhitparade van de Nederlandse Royal Air Force. Ten eerste worden deze vogels het meest gezien omdat ze op de hoogte van het vliegverkeer vliegen. De tweede reden is dat de vogels extra ongelukgevoelig zijn omdat ze niet adequaat een naderend vliegtuig ontwijken. Er zijn intrigerende observaties die aanzetten tot verder onderzoek naar de combinatie van ruimtelijke en gedragsaspecten van gierzwaluwvluchten.

Botsingen met gierzwaluwen
Botsingen van vliegtuigen met gierzwaluwen gaan terug tot de vroegste dagen van de luchtvaart. Een Franse piloot heeft in de eerste wereldoorlog ’s nachts gierzwaluwen op 3 km hoogte gezien en een aantal geraakt. Het leek of de vogels bewegingsloos vlogen en totaal geen aandacht schonken aan het vliegtuig. Botsingen vinden ‘s nacht plaats, omdat gierzwaluwen de nacht in de lucht door brengen. Zelfs in het broedseizoen verzamelen de vogels zich in schreeuwende groepen voor zonsondergang en stijgen plotseling naar grotere hoogten en verdwijnen in het donker. Tijdens de migratie trekken de gierzwaluwen ’s nachts verder. (Bruderer & Weitnauer 1979)

Voor mij komt de beschrijving van de Fransman dicht bij datgene wat ik heb meegemaakt in een vliegtuig boven Israël. Wij zaten tussen hoog vliegende vogels, die helemaal op leken te gaan in hun werk (hoog vliegen gedurende de trek). Ze trokken zich niets van ons aan. De vraag rees bij mij of de vogels in een bepaalde staat van apathie zijn tijdens hun nachtvlucht en daardoor het gevaar van een vliegtuig niet onderkennen. Wat ze wel doen als ze overdag laag vliegen.

Overdag lijken de gierzwaluwen veelal laag te vliegen; botsingen overdag boven Nederland wijzen daarop. Botsingen met vogels worden altijd gemeld aan de RNLAF. Identificatie vindt plaats door microscopisch onderzoek aan veerstructuren in verzamelde vogelresten. Zelfs bloedsporen worden onderzocht. Als deze onderzoekingen niet op een dergelijke minutieuze manier zouden worden gedaan zou een botsing met gierzwaluwen onopgemerkt blijven (Buurma, cs. ,1986). Al met al zegt het op deze manier meten van de vlieghoogte meer over de vliegbewegingen van een vliegtuig dan die van gierzwaluwen. Vergelijking van botsingsgegevens overdag met die van andere vogels laat zien dat gierzwaluwen relatief hoog vliegen.

Radarplaatjes van de gierzwaluwen
Toen ik in 1997 opnieuw radaronderzoek deed voor de veiligheid van het vliegen boven Nederland, vielen mij de grote hoeveelheid vogelecho’s boven het IJsselmeer op in juni en juli. Veldobservaties op 11 juli 1997 op de Oostvaardersdijk lieten duidelijk zien dat de bron van deze echo’s alleen maar van de gierzwaluwen kon zijn. Tussen 21.00 en 22.00 verlieten veel gierzwaluwen Amsterdam en het land rondom de stad. Ze vlogen richting het Markermeer en Zuidelijk Flevoland, waar ze allen foerageerden op de grote hoeveelheden ‘IJsselmeer muggen’ (Chironomus spp.). Kort na 22.00 veranderde het gedrag van de vogels. Ze vlogen in zwermen tussen de 2 en 30 meter boven het meer, dijk en polder. De vogels vormden een aantal dichte cirkels van enkele honderden stuks, luid schreeuwend terwijl ze langzaam stegen. Om 22.15 vloog geen vogel meer op 100-200 meter. In 5 minuten waren alle opstijgende vogels uit het zicht. Er was ook geen geschreeuw meer hoorbaar.

De observaties werden in andere zomers herhaald, ook langs de kust van zuidwest Friesland. Het resultaat was steeds dat de gierzwaluwen richting IJsselmeer vlogen. In populaire literatuur wordt wel geschreven dat gierzwaluwen ‘s nacht niet terugkeren naar hun nest en dat ze de hele nacht doorbrengen hoog boven hun broedplaatsen en daar waarschijnlijk vliegend slapen.

De duidelijke opnamen van een heel seizoen (juni, juli) radarfilm is dat de vogels 2 maal per etmaal boven het IJsselmeer verschenen. Als het helemaal donker werd verdwenen de vogels van het radarscherm. Waarschijnlijk vliegen ze dan erg laag (niet waarneembaar door de radar) boven het meer. Ze zijn daar vreemd genoeg tot nu toe nooit gezien. Deze observaties werden herhaald in 1980 met hetzelfde resultaat. De films geven aan (gezien het type echo, snelheden, locaties van vertrek en de tijd van het jaar) dat de gierzwaluwen de belangrijkste kandidaten zijn voor de echo’s boven het IJsselmeer en Markermeer.

Discussie
Het opstijgen bij zonsopgang en zonsondergang van gierzwaluwen boven het IJsselmeer werpen een nieuw licht op het oude verhaal dat gierzwaluwen hoog in de lucht slapen boven hun nestplaatsen. Is het zinvol om hoog te vliegen als er lange tijd veel insecten zijn in lagere luchtdelen? Onze radarobservaties geven aan dat gierzwaluwen ’s nachts, als het mooi weer is, slechts enkele uren boven de 300 meter vliegen. Het meest aanneembare is dat de insecten dan ook in de hogere luchtlagen vliegen. Op winderige dagen in juni en juli is er op het radarscherm geen vogel boven land te zien. In 1959 schreef Lack al dat gierzwaluwen boven grote meren verschijnen als het winderig en nat weer is. De op het land levende insecten blijven op de grond, maar sommige die hun eitjes in het water afzetten vliegen dan laag boven het water. Dit schijnt op grote schaal te gebeuren boven het IJsselmeer. De ‘IJsselmeer muggen’ geven dan uitstekende foerageermogelijkheid, waarschijnlijk voor jonge, niet broedende eenjarige gierzwaluwen.

De meeste gierzwaluwactiviteit is er onder de 300 meter, zowel overdag als een groot deel van de nacht. Zelfs onder de slechtste weersomstandigheid zijn er altijd een klein aantal vogels aanwezig bij zonsondergang en zonsopgang hoewel alleen in de laagste radarbundel, dus waarschijnlijk niet boven de 300 meter en alleen erg kort (vaak minder dan een uur). Dit geeft aan dat de stijgingen een ander doel dienen dan alleen foerageren. Ik geloof er sterk in dat het te maken heeft met iets van een sociaal oriëntatiegedrag.

Zowel het tijds- als het ruimteaspect steunt dit idee. De bevinding dat de hoogst stijgende gierzwaluwen zich het meest synchroon gedragen doet vermoeden dat de vogels collectief het opkomen en het dalen van de zon observeren (of een beeld krijgen van het polariserende licht) in combinatie met een blik op de sterrenhemel. (Emien, 1957). De sociale component zou kunnen zijn dat de vogels hun gevoel en interpretatie van hemeldraaiing delen en hun individuele ‘metingen’ samen middelen.

Bovendien zijn de vogels tijdens het opstijgen perfect in staat om weercondities op verschillende hoogten te onderzoeken. De luchtdruk in combinatie met de windrichting kan ze tamelijk precies de ontwikkeling van het weer vertellen. Ze kunnen deze gradiënt heel precies meten als ze boven grote waterpartijen vliegen waar storende oppervlakte-effecten van windbeweging veel kleiner zijn dan boven land. Voorts lijken de gierzwaluwen een zekere afstand tot de kustlijn te bewaren maar ze hebben altijd zowel het land als het water in zicht wat bewijst dat ze een goede grondoriëntatie hebben, in het bijzonder dat ze de luchtsnelheid en richting nauwkeuriger kunnen meten. Zelfs in de donkerste nachten zijn de kustlijnen en de branding vaak goed te zien vanuit de lucht.

Het begrijpen van de bewegingen van de gierzwaluwen op laag en hoge gebieden kan veel helderheid geven in de vliegactiviteiten van vogels, gedeeltelijk waargenomen door toezichthoudende radar en gedeeltelijk waargenomen door het menselijk oog. Gierzwaluwen zijn perfecte stuurlui zowel lokaal als tijdens de trek. Het opstijgen na zonsondergang en voor zonsopkomst kan de gierzwaluw ondersteunen bij het verkrijgen van aanwijzingen over de hemeldraaiing en daarmee de positie van de vogels op de aardbol.

 

Hieronder een link naar het Britse Royal Society.
Vliegsnelheden van de gierzwaluw.

http://rspb.royalsocietypublishing.org/content/early/2009/03/20/rspb.2009.0195.full

---------------

Lees ook het artikel van Henk van de Wetering:
Leven leeftijdsgroepen van de gierzwaluw in de broedperiode ruimtelijk gescheiden?