Al enige jaren is de vereniging bezig met het verzamelen van informatie over het broedsucces van de gierzwaluw.
De gegevens komen bij de vereniging binnen door de formulieren die worden ingevuld en opgestuurd. Uiteraard helpt het monitoren met behulp van de infraroodcamera's om dit onderzoek in kwantiteit te versterken. Hier is de link naar brochure 3: 'Door het oog van de camera' en de bijlage 3b,
over het gebruik van de infraroodcamera.
De film van Henk Haans geeft u een goed beeld over het leven van de gierzwaluwfamilie op het nest. De film duurt 15 minuten.
Warmteafgifte van de infraroodcamera's
Door Fred van der Lelie
Wat is het temperatuurseffect van camera's die
de vereniging gebruikt?
Deze vraag stelde ik mij n.a.v. opmerkingen van mensen
die de indruk hadden dat gierzwaluwen op de camera's
reageren. Ik heb dit uitgezocht met een infraroodcamera met een voeding die 13,5 V leverde.
Hoeveel stralingswarmte de camera afgeeft heb ik gemeten met een kwikthermometer in een vrije opstelling op 10 cm afstand tot de lampjes en dat bleek 0,1°C. Of het uitgezonden infrarode straling (voor ons
niet zichtbaar) door de vogels gezien wordt is niet zo gemakkelijk vast te stellen. Dat kan alleen in een opstelling met daarin een gewone camera en een infraroodcamera èn gierzwaluwen.)
De temperatuur van het camerahuis stabiliseert op 10ºC meer dan de omgevingstemperatuur. Dit is gemeten met een kwikthermometer tegen het huis aan, met gel ertussen voor betere geleiding.
Wat de geleidingswarmte betreft heb ik in 2 kasten gemeten: in een houten en in een houtvezel kast met een digitale thermometer met zender.
Er is op 2 afstanden van de camera gemeten, op 25 cm en op 15 cm. Er is elke keer na minstens 6 uur gemeten: de ene keer met de camera aan, daarna met de camera uit. Resultaat: de temperatuurverhoging op 25 cm was na 6 uur 0,5 ºC; op 15 cm was dat 0,9 ºC. De 2 verschillende nestkast materialen bleken niet van invloed op de temperatuur.
Conclusie: de geringe temperatuursverhoging van de camera in vergelijking met de enkele graden temperatuurswisseling door het buitenklimaat (dag, nacht, onbewolkt, bewolkt, buien) zal minimale invloed op het broedsel hebben.
Iets anders is dat de spanning van de voedingen die aan de vereniging geleverd zijn gemiddeld meer dan de aangegeven waarde van 12 volt afgeven (soms wel tot 15V). Er zou nog eens gekeken moeten worden naar het verschil in voedingsspanning en de temperatuur van het huis. Wat ik wel heb uitgezocht is dat een weerstand van 56 ohm, 1 watt, in serie aangebracht, ervoor zorgt dat er ± 2,5 V minder op de camera staat.
Naschrift: de oudere, grotere adapters (2000ma, 12 V, niet-gestabiliseerd) gaven met het gebruik van de infraroodcamera een te hoge spanning af (15 V of meer). Hierdoor werd het camerahuis erg heet (niet meer vast te houden). De nieuwere adapters (12 V, 1000ma) geven wel een acceptabele spanning bij een klein verbruik.
Een kleine gestabiliseerde adapter op 9 of zelfs 7,5 V werkt nog beter en vormt helemaal geen warmtebron meer.
Broedsucces in relatie met de weersconditie.
Door Josef Rajchard, Jan Prochàzka & Pavel Kindlmann
Pdf: Studie over broedsucces in relatie met de weerscondities.
Dakpannen te warm.
Door
Wim Smeets
Ongeveer vijf jaar geleden heb ik voor mijn rijtjeshuis in Bunschoten 25 dakpannen om laten bouwen tot gierzwaluwdakpannen, in de hoop dat er gierzwaluwen op mijn dak zouden gaan broeden. Het enige resultaat dat ik tot nu toe heb is een lek dak en grote kringen in mijn plafonds omdat de dakpannen niet goed omgebouwd zijn door Artiprex uit de Meern. Het euvel heb ik inmiddels zelf verholpen door de pannen opnieuw te verlijmen, nu met een UV-bestendige lijmsoort.
(RW: de huifjes en de dakpannen reageren verschillend op warmte (ze zetten anders uit). Daarom is er een blijvend flexibele lijm bijvoorbeeld montagekit voor buitengebruik nodig om de huifjes blijvend op de dakpannen te lijmen. In een eerste fase werd door Artiprex kunsthars (hetzelfde materiaal als de huifjes zelf) gebruikt voor het verlijmen. Hierdoor kwamen er na een seizoen barsten op de rand van kunsthars en dakpan, en kwamen de huifjes los te zitten.)
In Standdaarbuiten had ik op een particuliere woning dergelijke dakpannen gezien en tijdens het fotograferen daar zag ik dat bijna alle nestgelegenheden bezet waren. Er zaten daar ruim vijftig broedpaartjes op en rond de woning, onder dakpannen en in nestkasten aan de gevel. Mijn eigen woning is met de voorzijde op het oost oost zuidoosten (OOZO, iets zuidelijk van het oosten) gelegen. De dakhelling is minder dan 45º en dus niet zo gunstig. In het boeideel boven de zwartgeverfde dakkapel, gelegen op het WWNW, heb ik destijds vijf nestkasten aangebracht en deze zomer ook boven mijn balkon, gelegen op het OOZO. Begin dit jaar heb ik een viertal gierzwaluwdakpannen verplaatst naar een plaats op het WWNW-dak die bijna de gehele dag in de schaduw blijft van de dakkapel van mijn buren. Enkele jaren heb ik geprobeerd de vogels te lokken door middel van geluid met als enige voor mij zichtbaar resultaat dat de vogels gingen kijken naar de verscheidene nestgelegenheden. Tot nu toe hebben ze er niet in gebroed.
Afgelopen zomer ben ik de nestgelegenheden eens nader gaan onderzoeken of deze qua temperatuur wel geschikt waren voor bewoning. Ik gebruikte daarvoor een thermometer met een sonde die door middel van een zender de temperatuurmetingen doorgaf aan een moederstation dat beneden in de schaduw geplaatst was en als referentie diende.
In de periode 16 tot en met 21 juli 2006 was het bijna elke dag onbewolkt en waren de omstandigheden redelijk vergelijkbaar. Op 20 juli was het wisselend bewolkt en waaide het meer dan de andere dagen. De metingen van die dag zijn niet bijgevoegd. Daarom heb ik deze meting de volgende dag herhaald om beter vergelijkbare resultaten te verkrijgen.
Onder de pannen, in de zon, op het west west noordwesten
De eerste zonnestralen komen op dit dak om 09.45 uur. De temperatuur in de nestruimte loopt onder invloed van de zon op tot 52,3º C om 16.40 uur. De buitentemperatuur blijft die dag steken op een maximum van 30,0º C om 17.10 uur. De nesttemperatuur was gedurende meer dan zes uren boven de 40º C. De nestruimte is ongeschikt voor bewoning.
Onder de pannen, in de schaduw, op het west west noordwesten.
De eerste zonnestralen komen op deze pannen om 09.45 uur.
De pannen liggen weer in de schaduw vanaf 11.45 uur.
De temperatuur in de nestruimte loopt onder invloed van de zon op tot 32,2º C om 16.15 uur.
De buitentemperatuur blijft die dag steken op een maximum van 30,8º C om 17.00 uur.
De nesttemperatuur week niet veel af (maximaal 2,9º C om 12 uur) van de gemeten buitentemperatuur.
De nestruimte is geschikt voor bewoning.
In nestkast, in de ochtendzon, op het oost oost zuidoosten
De eerste zonnestralen komen op dit dak om 10.00 uur, voor die tijd liggen de pannen in de schaduw van bomen die voor het huis staan. De nestkast komt in de schaduw om 13.00 uur.
De temperatuur in de nestruimte loopt onder invloed van de zon op tot 35,6º C om 15.45 uur. De buitentemperatuur blijft die dag steken op een maximum van 35,9º C om 18.10 uur.
De nesttemperatuur week niet veel af (maximaal 5,3º C om 09.00 uur) van de gemeten buitentemperatuur.
De nestruimte is geschikt voor bewoning.
Onder de pannen, in de zon, op het oost oost zuidoosten
Op 20 juli was het wisselend bewolkt met daarbij een hoge sluierbewolking. Het waaide die dag 3-4 Beaufort, in tegenstelling tot andere dagen waarop het nagenoeg windstil, was. De metingen van 21 juli zijn gebruikt voor de vergelijking met andere dagen.
De eerste zonnestralen komen op dit dak om 10.00 uur en blijven er tot 17.30 uur. Vóór die tijd liggen de pannen in de schaduw van bomen.
De temperatuur in de nestruimte loopt onder invloed van de zon op tot 50,4º C om 15.00 uur.
De buitentemperatuur blijft die dag steken op een maximum van 29,4º C om 17.00 uur.
De nesttemperatuur was gedurende meer dan vijf uren boven de 40º C.
De nestruimte is ongeschikt voor bewoning.
Conclusie
Slechts in twee gevallen is de nestgelegenheid op dit moment geschikt als broedplaats voor Gierzwaluwen. De nieuw gebouwde nestkast boven het balkon, vanaf 13.00 uur in de schaduw en de gierzwaluwdakpannen in de schaduw van de dakkapel van de buren, deze zijn vanaf 11.45 uur in de schaduw. Het is nog afwachten of het wit verven van de dakkapel resulteert in voldoende weerkaatsing van de warmte en in lagere temperaturen bij de nestplaatsen.
Volgend seizoen is het de bedoeling om temperaturen te gaan meten in nestkasten die in muren zijn ingebouwd. Hierbij wordt dan gekeken naar nestkasten die aan de buitenkant gelijk met de muur gemetseld zijn en volledig ingebouwde nestkasten die van buitenaf niet zichtbaar zijn.
Het gewicht van jonge gierzwaluwen.
Emil Weitnauer.
In 1937 heeft Emiel Weitnauer van jonge gierzwaluwen dagelijks het gewicht gemeten, met als resultaat de grafiek hierboven.
Het verloop in het gewicht van de jonge gierzwaluwen is uiteraard afhankelijk van het voedselaanbod. Het weer is de bepalende factor.
Onder gunstige omstandigheden zal, door de regelmaar van voeren door de ouders, het jong een geleidelijke groei hebben.
Door wisselende weersomstandigheden is het voedselaanbod ook wisselend. Bijvoorbeeld bij regendagen zullen er weinig insecten vliegen en gaan de ouders niet op jacht. Dit is in de grafiek terug te vinden; je ziet dan een gewichtsafname bij de jonge vogels.

