Biotoop van de gierzwaluw. |
|
![]() |
De gierzwaluw gebruikt zijn poten alleen wanneer hij broedt. Dus het is makkelijk gezegd dat het luchtruim zijn biotoop is. Door de warmte van de bebouwde kom zijn er veel insecten in de lucht. Zo zie je in de zomermaanden boven oude steden en kerkdorpen altijd gierzwaluwen. |
![]() |
Oude gebouwen geven de gierzwaluw gelegenheid om te nestelen. Een scheve dakpan, ruimte onder de goot, onvolkomenheden in de bouw, zijn plaatsen waar de gierzwaluw gebruik van maakt. Van oudsher zijn de oude binnensteden en kerkdorpen in het broedseizoen de biotoop van de gierzwaluw. In Noord-Europa broeden gierzwaluwen wel in holle bomen en in Zuid-Europa in rotsspleten. |
![]() |
In de avonduren zal de warmte van weilanden opstijgen en veel insecten meevoeren, dus ook hier zie je vaak gierzwaluwen vliegen. |



