Zelf een gierzwaluwdakpan maken met een huifje.
*Bent u geen doe-het-zelver, kijk dan naar het hoofdstuk Bouw en renovatie waar u gierzwaluwdakpannen kunt kopen.
Gierzwaluwen broeden in steden, in holten en spleten in de huizen en gebouwen. Ook onder daken kunnen gierzwaluwen broeden. Ze krijgen dan toegang via spleten tussen scheefliggende dakpannen, tussen dakpannen en het zink, tussen dakpannen en boeiboord, bij dakkapellen, enz. Bij renovaties van daken worden echter vaak alle spleten en kiertjes dichtgemaakt. De gierzwaluwen verliezen zodoende hun nestgelegenheid. Door opnieuw toegang tot het dak te verschaffen, kunnen we gierzwaluwen weer nieuwe nestplekken aanbieden. Dit kan door pannen op het dak te leggen die een gat hebben. Hier wordt uitgelegd hoe je gierzwaluwendakpannen kan maken, zonder dat er nadelige gevolgen.
(Beschrijving, brochure 4 als pdf) Gierzwaluwen komen niet zomaar naar een nieuwe nestgelegendheid toe. Dit hangt af van de al beschikbare plaatsen in de kolonie; zitten er al meer nesten onder het dak via spleten tussen dakpannen, dan zullen gierzwaluwen de gierzwaluw-dakpannen eerder als mogelijke nestplaats herkennen. Gierzwaluwen kunnen met geluid naar nieuwe nestplaatsen gelokt worden.
Huifjes: |
Benodigdheden: - 2 dakpannen - 1 huifje - oordoppen - mondkapje - veiligheidsbril - potlood of viltstift - boormachine met steenboor - slijpschijf op boormachine / haakse slijper / decoupeerzaagmachine met keramiek-zaagje - slijptol op boormachine / vijl - 'heavy-duty' montagekit voor gebruik buiten (b.v. van Bison) - stofzuiger om het geproduceerde stof weer kwijt te raken |
|
Het maken van een gierzwaluwdakpan bestaat grofweg uit 3 stappen:
1. Maak een gat in de dakpan.
2. Maak het huifje passend op de dakpan.
3. Lijm het huifje op de dakpan.
Bij het maken van de gierzwaluwpannen komt veel stof vrij. Ook kunnen splinters van de pannen afschieten. Boormachine, zaagmachine en slijpers kunnen veel lawaai maken, ook in de hoge tonen. Gebruik dus altijd de oordoppen, mondkapje en veiligheidsbril.
1. Maak een gat in de dakpan.
Plaats van het gat:
Belangrijk is dat het invlieggat zo dicht mogelijk bij de panlatten komt, zodat de gierzwaluwen gemakkelijk vanaf de panlatten de invliegopening kunnen bereiken.
Dakpannen op het dak liggen over elkaar heen, zodat de regen het dakbeschot niet kan bereiken. De dakpan heeft daarom een bolle rand (die over een andere pan heen ligt) en een rand met ribbels (waar een andere pan op ligt). Als we de 2 dakpannen zo naast elkaar en over elkaar neerleggen zoals ze ook op het dak liggen, dan is meteen duidelijk dat het midden van het gat komt op de plaats waar de dakpan het onderliggende vlak bijvoorbeeld de tafel, raakt. Zet hier een streep (streep nr. 1) met potlood of viltstift aan de onderrand en bovenkant van de pan.
Ook in de lengterichting (van boven naar beneden) liggen de dakpannen op het dak over elkaar heen. De dakpannen hangen met een richel of uitstulping op een panlat. De onderrand van het invlieggat in de bovenliggende pan moet nu precies op gelijke hoogte met de bovenrand van de onderliggende pan komen. Leg hiervoor de pannen in de lengterichting op bijvoorbeeld een tafel, precies zo zoals ze ook op het dak liggen. Is dit niet goed te zien of in te schatten, dan kan de afstand tussen de panlatten uitkomst bieden. De afstand tussen de bovenranden van de dakpannen moet namelijk precies gelijk zijn aan de afstand tussen de bovenkanten van de panlatten waar de dakpannen op komen te liggen. Teken deze lijn af op de onderkant van de bovenliggende pan. Meet de afstand van de lijn tot de onderrand van de dakpan op, en teken deze ook aan de bovenkant van de dakpan (streep nr. 2).
Leg de pan met de afgetekende strepen plat op de tafel met de bovenkant naar boven. Plaats nu het huifje recht boven het streepje (nr. 1) aan de onderrand van de pan en zodanig dat de uitstekende bovenrand van het huifje recht boven de streep (nr. 2) van de bovenrand van de onderliggende dakpan.
Het huifje ligt nu op de plaats waar het op de pan moet komen. Teken op de plaats waar de voorrand van het huifje de pan raakt zowel links als rechts een streepje (nummers. 3 en 4). Als de dakpan schuin gehouden wordt (zoals ook op het dak het geval is) is te zien dat het huifje ruim over het te maken gat in de dakpan heen steekt, ook aan de zijkanten van het huifje. Dit voorkomt later inregenen. Teken nu met potlood of stift de ruimte onder het huifje op de dakpan af. (Dus niet langs de buitenrand van het huifje want dan valt straks het huifje door de dakpan heen.) Laat de lijnen aansluiten op streepje nr. 2. Streepjes nr. 3 en 4 blijven los staan (zover naar beneden komt het gat niet!).
Nu is op de dakpan aangegeven waar het gat in de dakpan moet komen.
Maken van het gat:
Nu moet het gat (dat afgetekend is op de bovenkant van de pan) uitgezaagd worden. Afhankelijk van het gereedschap, is de werkwijze iets verschillend. In ieder geval heeft het de voorkeur om eerst de belangrijkste punten aan te geven op de pan en daar een gat te boren. Dit zijn de hoekpunten aan de onderkant van het gat (de beide uiteinden van streepje nr. 2), en 2 punten aan de bovenkant van het gat, iets uit het midden maar nog steeds binnen de afgetekende lijnen. Nu is zowel aan de boven- als aan de onderkant van de dakpan te zien waar het gat moet komen. De grootte (doorsnede) van de boor is niet zo belangrijk, maar bij gebruik van een decoupeerzaag moet deze er wel doorheen kunnen.
Het te gebruiken gereedschap is ook afhankelijk van het materiaal van de dakpan. Bij een gebakken pan is een decoupeerzaag verreweg het handigst. Bij een betonnen pan zijn een of meerdere schijven voor slijpschijf of haakse slijper nodig.
Klem de dakpan op een werktafel vast of laat iemand anders de pan vasthouden. In het laatste geval zijn er 2 paar oordoppen, 2 veiligheidsbrillen en 2 mondkapjes nodig. Gebruik van werkhandschoenen is aan te raden voor het geval boor, schijf of zaag uitschieten.
Gebruik van slijpschijf of haakse slijper:
Slijp gleuven in de pan die de geboorde gaten met elkaar verbinden. Bij holle dakpannen en grote slijpschijven is het lastig om door de pan heen te komen en tegelijkertijd toch binnen de lijnen te blijven. Er kan ook vanaf de onderkant van de pan geslepen worden, omdat de geboorde gaten de grootte en plaats van het gat aangeven. Als de gleuven lang genoeg zijn, en op de gaten aansluiten, kan met een klein tikje van een hamer het overtollige stuk dakpan eruit gehaald worden.
Gebruik van decoupeerzaag:
Steek de zaag door een van de geboorde gaten en zaag over de afgetekende lijnen het gat uit. Volg de ronding aan de bovenkant van het gat. Met de decoupeerzaag kan het beste vanaf de onderkant van de dakpan gewerkt worden, omdat de tandjes van de zaag over het algemeen omhoog (naar de zaagmachine toe) staan.
Afwerken van het gat:
Het gat moet (binnen de afgetekende lijnen) zo groot mogelijk gemaakt worden, zodat de gierzwaluwen er later zo goed mogelijk doorheen kunnen. Vooral bij gebruik van slijpschijven moet er nog het nodige bijgewerkt worden. Maak het gat verder pas door het huifje weer op de pan te zetten en te zien of er nog wat van de randen van het gat afkan.
Om te voorkomen dat de vleugels van de gierzwaluwen onnodig afslijten bij het binnenkomen en vertrekken, worden de randen van het gat, vooral die aan de onderkant van de dakpan, afgerond met de slijptol of een vijl. Dit is afhankelijk van het materiaal, aangezien een betonnen pan veel harder is dan een gebakken pan. Bij de laatste werkt een vijl goed, bij de eerste heeft een vijl geen effect.
2. Maak het huifje passend op de dakpan:
De huifjes hebben een standaardafmeting. Echter, er zijn zeer veel verschillende vormen dakpannen. Ondanks dat het nieuwe type huifje beter past op meerdere dakpannen, kan het toch nodig zijn om de zijkanten van het huifje iets bij te werken om het beter aan te laten sluiten op de dakpan. Dit kan met slijpschijf, slijptol of vijl gedaan worden. Het huifje hoeft niet precies op de dakpan aan te sluiten, omdat met de montagekit de kiertjes gedicht gaan worden.
3. Lijm het huifje op de dakpan:
Huifje en dakpan zijn van verschillende materialen gemaakt, beide hard en niet flexibel. Beide materialen 'werken' (uitzetten en krimpen) bij verandering van temperatuur in verschillende mate. Hierdoor is het noodzakelijk om ze op elkaar te bevestigen met iets wat relatief soepel blijft, anders treedt scheuring op en kan het huifje al na enkele seizoenen loslaten. Daarom wordt voor het lijmen gebruik gemaakt van extra stevige ('heavy duty') montagekit voor gebruik buiten.
Voor het kitten moet de dakpan en het huifje goed stofvrij gemaakt worden. Dit kan eenvoudig met een vochtig doekje gebeuren.
Op de rand van het gat, van de ronding aan de bovenrand tot aan de uiteinden van het huifje bij streepjes nr. 3 en 4, wordt een rand montagekit gelegd. Niet te veel, maar ook niet te weinig. Bij de ronding aan de bovenrand van het gat kan iets meer gebruikt worden.
Plaats nu het huifje op de rand van montagekit waarbij de voorste randen van het huifje precies aansluiten op de streepjes nr. 3 en 4. Druk het huifje stevig op de montagekit. De montagekit moet de kiertjes helemaal opvullen, en een beetje er onderuit komen. De extra montagekit moet aan buitenzijde en binnenzijde uitgesmeerd worden zodat een geleidelijke overgang van pan naar huifje ontstaat. Aan de bovenrand van gat (en huifje) is dit erg belangrijk omdat hier het regenwater over het dak naar beneden komt.
De montagekit kan met een vinger of lepeltje aangesmeerd worden. Het plakt wel erg, dus houd een papiertje of doekje om de vingers of lepel aan af te vegen bij de hand.
Tenslotte kan er slijpsel van de dakpan op het verse montagekit gedrukt worden. Zo krijgt de montagekit de kleur van de dakpan.
Laat de kit 24 uur drogen voordat de pan op het dak geplaatst wordt.

Het is al met al een stoffig werkje. Maar denk af en toe eens aan het plezier dat de gierzwaluwen ervan zullen hebben. Dit maakt het absoluut de moeite waard.

